januari

[Home] [Up]

 


 

Waarin Catharina haar weblog hervat, de vorkheftruck vastloopt, een blauwe varkensblaas wordt verguisd, de buurvrouw wordt bejubeld, de koningen hun kamelen laten staan en Caravaggio voor de cameraman uit loopt.

 

2010


 

Winterklaar

 

muziek

Toen ik na de kerst het meeste hout uit de schuur al verstookt had, werd besloten de voorraad met houtbriketten aan te vullen. De man van het belendend Lagerhaus was zo vriendelijk om de lading met zijn Gabelstapler bij ons te brengen, maar helaas is het losse zand na de werkzaamheden aan de riolering nog niet ingeklonken en wordt (juist daarom) het plaveisel pas in het voorjaar teruggelegd. Resultaat: een vastgereden  en griezelig overhellende vorkheftruck (van vier ton met een lading van een ton), die uiteindelijk met een nog zwaarder voertuig losgetrokken werd. De houtstapel was toen echter nog niet naar de schuur gebracht. Dit kostte Thonis een hele middag heen- en weerlopen, maar nu kunnen we er dan ook tegen. De man van het Lagerhaus hebben we na afloop een flesje Sekt gebracht voor de schrik. Zoals altijd spreekt het aanbod aldaar ook in dit seizoen weer tot de verbeelding: Zo zijn er kleine sneeuwscheppen te koop zodat de kinderen mee kunnen helpen met sneeuwruimen, en natuurlijk alle soorten en maten sledes van Po-Rutscher tot bestuurbaar turbomodel. Ondanks het feit dat we thuis een Davos-slee met latten zitting hadden, blijft de Hörnerrodel mit Gurtsitz voor mij de enige echte oerslee. Uiteraard is deze hier nog steeds in één- en tweezitsvariant te verkrijgen.

 

Hiermee kwamen wij de donkere dagen door:

Kitka is nog steeds één van mijn favoriete vocale groepen. Op deze cd staan kerst- en aanverwante liederen uit alle winstreken, met name uit Oost-Europa.


 

Graz

 

musea

Thonis moest met de buurman een werkbezoek brengen aan Graz. De buurvrouw en ik zouden deze gelegenheid te baat nemen om mee te rijden. Aangezien ik geen zin had in winkelen stelde ik voor een museum te bezoeken - bij de naam van de stad dacht ik aan deze livecam en suggereerde een bezoek aan het Kunsthaus. De buurman liep lichtpaars aan. Een mens moest wel krankzinnig zijn om in die blauwe varkensblaas een kunstuiting te zien, schuimbekte hij. Daarna volgde een woedende tirade tegen dit kankergezwel in de wondermooie binnenstad van Graz, waarbij hij het woord entartet  nog net op tijd wist in te slikken. Het zal mijn tegendraadse aard wel zijn, maar hoe langer ik hier tussen de conservatievelingen zit, hoe groter mijn sympathie voor de avant-garde wordt. Op de site van het museum wordt over het gebouw gezegd dat het een esthetische dialoog aangaat met de oude stad (zo hoorde ik ook eens een architect vertellen dat zijn foeilelijke bouwsel "de uitdaging aanging" met de omliggende historische panden) - professionele prietpraat die mij gewoonlijk ook het schuim de lippen brengt. Maar hoewel ik aanvankelijk meende dat een dergelijke hypermoderne kolos beter temidden van de nieuwbouw kon verrijzen, moest ik bij nader inzien toegeven dat de zogeheten Friendly Alien  ondanks alle elektronische overkill "iets doet" voor zijn omgeving. De site leerde mij echter ook dat er op dat moment geen exposities plaats hadden die mijn voorkeur of belangstelling genoten. Wel werd mijn nieuwsgierigheid gewekt door het MUWA (oftewel het Museum der Wahrnehmung) dat - naar ik hier lees - in een voormalig openbaar badhuis is gevestigd. Helaas bleek dit tussen kerst en nieuwjaar gesloten. Tenslotte stuitte ik op het Stadtmuseum, dat huist in een barok paleis waarbinnen ooit de wieg van aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk-Este heeft gestaan, en waar nu maar liefst vier exposities te bezichtigen waren. Eén daarvan was nog maar enkele dagen te zien en welhaast verplichte kost voor een dichter uit de Poule des Doods: NOCH MAL LEBEN - Eine Ausstellung über das Sterben. Prettige bijkomstigheid was, dat de buurvrouw binnenshuis drie uitwijkmogelijkheden zou hebben, want een dergelijke confrontatie moet men niet onvrijwillig aangaan.

 


 

stadtmuseumgraz

 

buurvrouw

De buurvrouw nam inderdaad haar toevlucht tot een aandere expositie:

en ze was met name onder de indruk van zijn stamboom. Aangezien de Oostenrijker zijn bloeitijd nog steeds vereenzelvigt met die van de K.u.K.-adel, lijkt de vraag waar je wieg heeft gestaan hier oneindig veel belangrijker dan bij ons.

Een andere tentoonstelling (die voor mij minder interessant was omdat historische foto's van Graz me weinig zeggen) maakte onverwacht veel indruk door de uitvoering: De zalen waren donker en elke foto hing als diapositief in een eigen lichtbakje aan de wand. De dia's waren groter dan gangbare ingeraamde exemplaren, maar niet groter dan een foto-afdruk in een boek. Naast elk lichtbakje hing een vergrootglas aan een touwtje, zodat je heel tastbaar kon "inzoomen" op een detail naar keuze. Dit alles creëerde een sfeer van intimiteit waardoor het leek of je een persoonlijk fotoboek bekeek, maar ook de ruimte om op elke foto steeds nieuwe details en gezichten te ontdekken. Op die manier kon ik, zelfs met de mij weinig zeggende beelden, al gauw een eigen relatie opbouwen.

 

De tentoonstelling BEING NIKOLAUS HARNONCOURT (zoals u ziet nog te bezichtingen tot 28 februari) was een aaneenschakeling van multimediale systeemwanden in een zaal waarvan de achterwand werd gedomineerd door een levensgrote blik in de concertzaal vanaf het podium. Al met al zeer geschikt voor melige plaatjes (die met een klik op de afbeelding vergroot kunnen worden).

 


 

Noch mal leben vor dem Tod

 

boek

Eén van de redenen waarom dit weblog in de eerste maand van zijn reanimatie alweer vertraging opliep, was dat ik het moeilijk vond om mijn bezoek aan deze expositie te beschrijven. Ik beperk me vooralsnog tot de vertaling van een Duitstalige recensie van Thomas Macho in de Neue Zürcher Zeitung die op de site van Amazon.de stond:*

 

Laatste foto's - Afbeeldingen van doden door Walter Schels.

 

 

De fotografie fixeert het ogenblik, alsof het dit wil invriezen. Zij houdt vast, wat niet vast te houden is: de verschijningsvorm van een landschap, een ding, een mens. Doordat zij het verloop van de tijd onderbreekt, pleegt zij een soort van doding; ook daarom werd de foto die Robert Capa maakte van een doodgeschoten cameraman in de Spaanse Burgeroorlog - die foto, waarbij de sluiting** exact samenviel met de inslag van het projectiel - de afbeelding bij uitstek.

 

 

De verwantschap tussen het fotografische ogenblik en het stervensmoment is in de theorie van de fotografie vaak benadrukt. Zo schreef Roland Barthes reeds, dat wij met fotografie "het niveau van de alledaagse dood betreden" en Susan Sontag merkte op: "Fotograferen betekent, het inventariseren van de sterfelijkheid", want een druk op de knop zou genoeg zijn "om het ogenblik als het ware een postume ironie te verlenen". Juist deze elementaire verbondenheid tussen fotografie en dood zou alle opnamen van mensen "iets beklemmends" geven; de dood is immers even ongrijpbaar als het moment, waaraan de foto een duurzame verschijningsvorm probeert te geven.

 

 

 

 

 

Fotografische tradities

 

 

De dood werd "in de fotografie geritualiseerd en geciviliseerd", stelt Bernd Busch in zijn Belichtete Welt - Eine Wahrnehmungsgeschichte der Fotografie; elke fotografische afbeelding is volgens hem een "kleine dood". Deze "kleine dood", die Busch in technisch opzicht met de uitvinding van de kleinbeeldcamera associeert, trad natuurlijk van meet af aan in dienst van de dood zelf. Talrijke foto's uit de tweede helft van de 19e eeuw waren foto's van doden. In de Europese metropolen en vooral in Noord-Amerika vestigden zich foto-studio's die - vaak in nauwe samenwerking met uitvaartondernemingen - de laatste afbeeldingen van de doden produceerden, later ook als onderdeel van grafstenen. Albin Mutterer in Wenen was één van deze specialisten in lijkfotografie; in München wierf fotograaf Adolph Scheuerer nieuwe klanten met de volgende reclametekst: "Ook lijkportretten worden in de grootste getrouwheid vervaardigd, en ik waag het op te merken, dat ik deze portretten op verzoek een vriendelijke aanblik weet te verlenen."

 

 

Jay Rudy heeft in zijn studie Secure the Shadow - Death and Photography in America (1995) meerdere typen van dodenfotografie in de 19e eeuw onderscheiden: de Still alive, yet dead-foto's, die de doden in een dubbelporttret - kort voor en kort na de dood - tonen, soms recht overeind en vaak met geretoucheerde ogen; de Last Sleep-foto's, die de doden als in de slaap afbeelden; en tenslotte de doodkistfoto's, die de dode in de geopende kist afbeelden. Op talrijke fot's zijn de naaste verwanten van de dode te zien, in sommege gevallen zelfs de hele rouwstoet, waarmee in elk geval de cynische kwinkslag weerlegd is dat men in de beginjaren van de fotografie (met haar lange belichtingstijden) de voorkeur gaf aan dodenportretten omdat lijken geen "bewogen" foto's opleveren.

 

 

De meeste dodenfoto's die Jay Ruby of Stanley B. Burns verzameld hebben, presenteren overigens gestorven kinderen; ook geschiedkundige Philippe Ariès wees er met klem op dat bijna geen familie-album in die tijd compleet was "zonder foto's van dode kinderen". De praktijk van de dodenfotografie werd pas lang na de eeuwwisseling geleidelijk teruggedrongen en uiteindelijk verboden. Toch wordt nog steeds bijna iedere dode gefotografeerd: om de medische documentatie te dienen. Deze foto's duiken in geen enkel famielie-album meer o; ze liggen opgeslagen in de archieven van klinieken en pathologische instituten, van de recherche en de rechtbanken.

 

 

 

 

 

Esthetische ensceneringen?

 

 

Des te opmerkelijker is het, dat de kunstfotografie in de afgelopen decennia een exemplarische aanval op de pas getrokken afbeeldingsgrenzen geopend heeft. Arnulf Rainer presenteerde met zijn Totengesichtern (1979-1980) een serie overschilderde foto's uit de morgue;  Jeffrey Silverthorne publiceerde tussen 1972 en 1991 een groot aantal indrukwekkende dodenfoto's. Hans Danuser hield zich tussen 1980 en 1989 bezig met de klinische ruimten en steriele verschijningsvormen van de moderne pathologie, terwijl während Rudolf Schäfer, eveneens in 1989, het esthetische pathos van de Last Sleep-fotografie actualiseerde. Bijzondere aandacht kregen de fotografische werken die Andres Serrano sinds 1992 publiceerde. De receptie van deze artistieke projecten bleef vanzelfsprekend ambivalent: de fotograaf werd bij gelegenheid van een "esthetisering" van de dood beschuldigd, een strategie van piëteits- en smakeloosheid, die de geënsceneerde "taboedoorbreking" zou gebruiken, om de aandacht van het sensatiebeluste publiek te trekken.

 

 

Juist dit verwijt kan men de onlangs*** gepubliceerde foto's van Walter Schels, die momenteel in het Deutsche Hygiene-Museum Dresden tentoongesteld worden, niet maken. Noch mal leben vor dem Tod  verandert de doden niet in objecten van esthetische ensceneringen; het laat hen hun namen behouden en de geschiedenis van hun laatste dagen, die door Beate Lakotte met inlevingsvermogen opgetekend werd. De vorm van het dubbelporttret - telkens een foto vóór en een foto na de dood - herinnert duidelijk aan de gedachtenispraktijken van de Still alive, yet dead-fotografie uit de 19e eeuw; maar hij herinnert vooral aan de ernst van deze oudere foto's, aan de ontsteltenis, die Roland Barthes als de indringende oerkracht van de fotografie beschreven heeft.

 

 

Walter Schels - die bekend werd met gevoelige dierportretten - is er niet alleen overtuigend in geslaagd op deze traditie aan te sluiten; zijn werk kan ook als een geëngageerd en roerend pleidooi voor een menswaardig sterfbed worden beschouwd. Niet het sterven in de kliniek staat - als bij Rainer, Silverthorne, Danuser of Serrano - op de voorgrond, maar het sterven in de hospices, waarvan het werk indringend gewaardeerd wordt. In het voorwoord van het boek wordt een verpleegster geciteerd; wat zij zegt, geldt voor de hospice-beweging, maar ook voor een beschouwing van de daarop volgende foto's en teksten: "Je denkt dat je verhardt, maar het tegendeel is het geval: Je wordt er zachter van."

 

 

*

witregels en (soms gesponsorde) links heb ik op eigen gezag toegevoegd.

**

Mijn probleem met de vertaling van het woord Blendenverschluss heeft na een posting op Facebook tot een discussie met tientallen reacties geleid.

***

Gedateerd; het boek verscheen op 7 september 2004

 

 

 


 

20 * C+M+B * 10

 

driekoningen

klik op de afbeelding voor een vergroting

 

De drie koningen kwamen vroeg dit jaar; waarschijnlijk omdat ze vanwege de sneeuwbuien hun kamelen thuis hadden gelaten en door hun begeleidster met de auto bij ons tuinhek werden afgeleverd. De Sternsinger lieten hun Segensbitte reeds op 2 januari op onze voordeur achter.


 

Representing the pain of others

 

Revolver exit

Toen de buurman ons op 29 december naar Graz bracht, en ik hem onderweg vertelde welke tentoonstelling ik graag wilde bezoeken, gaf hij ontsteld te kennen dat hij het walgelijk en sadistisch vond om terminaal zieken in hun stervensuur lastig te vallen voor een voyeuristisch kunstproject. Ik geloof dat hij zich de expositie voorstelde als een macaber griezelkabinet. En ook op de terugweg, toen ik volkomen overtuigd was geraakt van de integriteit van de aanpak, kon ik niet uitleggen op welke pijlers die dan gesteund had - de soberheid en de respectvolle aandacht voor de inmiddels overledenen waren voor hem geen overtuigende argumenten. Helaas had ik op dat moment nog geen kennis genomen van bovenstaande recensie van de tentoonstellingscatalogus, die me enkele pijlen op mijn boog had kunnen verschaffen. Maar ik had enkele maanden eerder  het boek Regarding the Pain of Others van Susan Sontag aangeschaft en besloot dat dit een goed moment was om het te lezen. Pas later ontdekte ik dat haar naam ook in de recensie werd genoemd.

Raar, hoe dingen soms samenvallen. Op 11 januari las ik op blz. 41 "But the photographic image [...] is always the image that someone chose; to photograph is to frame, and to frame is to exclude." Diezelfde avond zond Arte deze documentaire uit (waarvan hier 10% te zien is; voor de rest moet je de Veoh Web Player installeren, hetgeen ik niemand aanraad, ten eerste omdat ik geen idee heb of daar kosten aan verbonden zijn, ten tweede omdat Veoh volgens Wikipedia failliet is en ten derde omdat de site voortdurend pop-up advertenties voor pokerspelletjes genereert).

De documentaire hield zich voor een groot deel bezig met de unieke werkwijze van Caravaggio, die door haar manier van inkaderen (en uitsluiten) maakt dat wij hem tegenwoordig als een soort fotograaf avant la lettre zien, en door haar directheid een realisme tot gevolg had dat voor zijn tijdgenoten afschrikwekkend moet zijn geweest. Meer daarover in februari, wanneer ik dieper op de dialoog tussen tentoonstelling, boek en documentaire in wil gaan, en op de relevantie van dit alles voor mijn dichtbundel-in-wording.

 

Het meest recente, maar ook letterlijk laatste nummer van Revolver bevat een focus op Guillaume van der Graft met o.a. een selectie van door bevriende collega's aan hem opgedragen gedichten, waarvan ook mijn bescheiden bijdrage deel mocht uitmaken.

Op 16 januari 2010 werd dit 144e nummer, bij de feestelijke onthulling van een straattegel te zijner ere, aan Willem Barnard gepresenteerd.

De man heeft waarschijnlijk een grotere invloed op mijn werk gehad dan hij en ik ooit kunnen achterhalen.


 

 


www.catharinablaauwendraad.nl © Catharina Blaauwendraad